Daar zit ik dan, met m'n grote bek. Geknield op de ijskoude vloer, kokend van woede. Hoe heeft het zover kunnen komen, vraag ik mezelf af. Tot nu toe is alles vlekkeloos verlopen. Het pad naar mijn droom kende geen enkele drempel, en dan nu ineens deze steile berg. Onbegonnen werk, maar ik laat me niet uit het veld slaan. Niet nu, niet hier. Niet nu ik twee badges van de Johto League verwijderd ben. Maak je verrimpelde borst maar vast nat, 'Leraar van de Winterse Ontbering'.
Op hoop van zegen dan maar.
Zorgvuldig kies ik de juiste capsule om mijn middel en gooi het op het strijdtoneel. Ik roep het beestje bij zijn naam en drie seconden later verschijnt-ie. Hij is wat minutieus van aard, maar hij stelt me zelden teleur. En dat weet-ie. Bij het zien van de vijand draait hij zich om en kijkt me bedenkelijk aan. Ja, ik weet dat-ie ruim tien levels hoger is, zeg ik. Ik zeg het niet echt. Ik denk het alleen, maar aan zijn ogen zie ik dat-ie me begrijpt. Zo zijn we: een echt team.
Een bom van modder werpt dit emotionele moment aan diggelen, maar godzijdank kan-ie de prut net ontwijken. Woede maakt plaats voor hoop. Ik geef hem het commando. 'Curse-aanval, nu!', schreeuw ik uit volle borst. Het doet niet alleen hem pijn. Verzekerd hamert-ie op spookachtige wijze de vloek in het hoofd van de vijand. Meteen verzwakt de arrogante houding van de tegenstander en vernauwt hij zijn ogen. Dit had-ie niet verwacht. Kleine jongens worden groot.
Met het volgende schot modder stort-ie in één klap in elkaar. Bedroefd kijkt hij me aan, maar we weten beiden dat-ie gedaan heeft wat-ie kon. Terwijl hij terugkeert naar zijn capsule, denk ik na over mijn volgende stap. Aan mijn riem hangt nog één actieve capsule, maar dat is de zwakste van het sextet. Ik graai in het linkervak van mijn tas. Niets bruikbaars. Met klamme handen gooi ik de laatste capsule in de ring. Mijn hart bonkt in m'n keel.
Denkbeeldige vraagtekens verschijnen boven zijn hoofd als hij al koerend omkijkt. Ik haal mijn schouders op en slaak een zucht. Je bent m'n laatste hoop, zeg ik hem in gedachte. Hij knikt en draait om. Zijn roze kuif wappert in de ijzige wind. Hoewel we al lange tijd samen zijn, heb ik met hem niet zo'n sterke band als met de andere vijf. Misschien dat het aan zijn stille karakter ligt, ik weet het niet. Feit is dat nu mijn lot in zijn handen ligt.
'Gebruik je Fly-aanval', commandeer ik. Hij maakt een sprong en slaat met een krachtige beweging zijn vleugels naar de grond, waardoor hij zichzelf meters hoog in de lucht gooit. De modderbom schiet onder hem langs, waarna-ie als een torpedo richting de vijand duikt. Een enorme stoot volgt. Meteen stuurt dat vervloekte misbaksel een sneeuwstorm op mijn laatste beetje hoop af. Snelheid is niet z'n sterkste punt. Ik durf niet te kijken.
Als de sneeuwstorm ook mij is gepasseerd, kijk ik op. Ja! Hij is er nog! Een golf van geluk maakt zich meester over mij en tovert een overdreven glimlach tevoorschijn. Parmantig kijkt-ie om en ik geef 'm een knipoog. Van de koele verschijning van de tegenstander is niets meer te merken; zijn ijselijke houding is veranderd in koortsachtig ijsberen. Ik grinnik, maar dit maal in mijn vuistje.
Op mijn commando stijgt mijn vliegende trots weer op, waardoor een tweede sneeuwstorm onder hem doorstuift. Nog voordat-ie de kans krijgt om de vijand een tweede keer te torpederen, stort deze in elkaar door de vloek. Juichend ren ik hem op het spiegelgladde strijdtoneel tegemoet. Blij koerend opent hij zijn vleugels, waarna ik hem een welverdiende knuffel geef. Ik beloof hem een extra bak droog voer vanavond. Daar is-ie dol op.